Behoefte en aanpak
Maak opslagomstandigheden en apparatuurgebeurtenissen zichtbaar met hun locatiecontext.
Verschillende gebieden kennen verschillende verantwoordelijken. Een apparaat dat niet meer rapporteert, wordt niet stilzwijgend als normaal getoond. Een alarm benoemt het getroffen gebied duidelijk.
Te monitoren signalen
Zonetemperatuur, vochtigheid, deuren, apparatuur en verbindingsstatus
Gegevensstroom
Veldapparaat → gegevensverzameling → record met tijdstempel → sectorspecifieke weergave → beoordeling door verantwoordelijke.
Vragen voor de verkenning
- Is technische documentatie van de databronnen beschikbaar?
- Welke vertraging is acceptabel voor actuele gegevens?
- Hoe worden uitval en sensorstoringen ontdekt?
- Welke rol reageert op een alarm?
- Welke bewaartermijnen en rapportage-eisen gelden?
Grenzen en omstandigheden op locatie
Draadloze dekking, plaatsing en stroom worden op locatie gecontroleerd. Locatie- of voorraadnauwkeurigheid wordt zonder ondersteunende data niet aangenomen.